Spelregels & techniek
Hoe houd je een padelracket vast?

Bijna iedereen pakt in het begin het racket vast als een koekenpan. Toch is er in padel één greep die voor vrijwel elke slag werkt: de continental grip, of hamergreep. Zo vind je hem in vier stappen — en zo controleer je of hij klopt.
Het korte antwoord
Pak het racket vast alsof je een hamer oppakt: zet het racket op zijn kant met het blad loodrecht op de grond en sluit je hand om het handvat. Dat is de continental grip, in het Nederlands de hamergreep, en daarmee speel je in padel vrijwel alles: forehand, backhand, volley, bandeja, smash, de opslag en elke bal die van het glas terugkomt. Eén greep, geen gewissel, en je hand ligt er losjes omheen in plaats van erop geklemd.
Stap voor stap naar de juiste greep
Het handvat van een padelracket is niet rond maar achthoekig: acht vlakke kantjes, de bevels. Die kantjes zijn er zodat je zonder te kijken voelt hoe je hand staat. Pak het racket zo:
- Zet het racket op zijn kant. Houd het met je niet-slaghand vast bij de hartlijn, blad verticaal, kop omhoog — alsof het een bijl is die je zo in een blok zou slaan.
- Geef het handvat een hand. Breng je slaghand open naar het handvat en leg je handpalm tegen het bovenste kantje, precies zoals je iemand een hand geeft. Niet van bovenaf grijpen, maar van opzij aanschuiven.
- Sluit je vingers. Laat je vingers om het handvat vallen, met je wijsvinger iets van de rest gespreid — een halve vinger ruimte is genoeg. Die spreiding geeft je gevoel voor waar het blad staat.
- Controleer het V-tje. Duim en wijsvinger vormen samen een V. Die V hoort boven op het handvat te liggen, in lijn met de bovenrand van het blad. Ligt hij naar binnen weggedraaid, dan zit je op een forehand-greep.
Nog een controle zonder bal: houd het racket losjes voor je uit en zwaai het in een rustige beweging van links naar rechts, alsof je een volley speelt. Blijft het blad vanzelf ongeveer verticaal staan, dan klopt de greep. Moet je je pols corrigeren om het blad recht te krijgen, dan is je hand te ver doorgedraaid. Doe dit een keer of tien voor de spiegel en je hoeft er op de baan nooit meer over na te denken.
Waarom continental en niet anders
Padel is een spel van korte reactietijden. De bal komt vaak laag en onverwacht van het glas terug, je speelt veel bij het net en je hebt tussen twee slagen zelden tijd om je hand te verleggen. Eén greep die alles kan is daarom belangrijker dan een greep die één slag perfect maakt. De continental grip zet het blad standaard licht open, en dat is precies wat je wilt voor de volley, de bandeja en het onderhands uitserveren.
| Greep | Waar het V-tje ligt | Wat er op de baan gebeurt |
|---|---|---|
| Continental (hamergreep) | Boven op het handvat | Werkt voor volley, bandeja, opslag en glaswerk zonder wisselen |
| Eastern (forehand) | Naar binnen gedraaid | Prettige vlakke forehand, maar de backhandvolley wordt stroef |
| Western (koekenpan) | Onder het handvat | Blad te vlak: volleys vliegen omhoog, lage glasballen lukken niet |
Die laatste is de klassieke beginnersgreep: het racket ligt plat in je hand als een koekenpan en de forehand voelt even heerlijk natuurlijk. Zodra je bij het net staat houdt dat op. Het blad staat dan zo ver open dat je volley over de kooi wil, en bij een bal die laag uit het glas komt krijg je het blad niet meer onder de bal zonder je hele arm te draaien. Precies de twee situaties waar padel om draait.
Hoe stevig houd je vast
Veel losser dan je denkt. Zet je knijpkracht op een schaal van 1 tot 10, waarbij 10 is wat je nodig hebt om een vastzittende pot open te draaien, dan speel je tussen de punten door op ongeveer een 3 of 4. Je hand sluit pas echt op het moment dat de bal het blad raakt en laat daarna weer los. Dat is geen bewuste handeling die je moet timen: het gebeurt vanzelf, zolang je de rest van de tijd ontspannen blijft.
Constant hard knijpen kost je twee dingen. Het eerste is gevoel. Een verkrampte hand registreert niet meer waar op het blad je de bal raakt, en juist dat gevoel heb je nodig voor de zachte ballen: de dropshot, de bandeja die achterin moet vallen, het balletje dat je net over het net legt. Het tweede is je arm. Alle spanning die je in je hand stopt loopt door naar je onderarm en elleboog, en dat is de kortste route naar een vervelende, langdurige elleboogklacht.
De pols en de klaarhouding
Je pols staat bij de continental grip licht gekanteld: de kop van het racket wijst iets omhoog ten opzichte van je onderarm, in een hoek die je vasthoudt terwijl je slaat. Wat je niet wilt is een doorgeklapte pols, waarbij de kop naar beneden hangt of tijdens de slag scharniert. Een losse pols geeft misschien meer snelheid, maar kost richting — en in padel win je punten met plaatsing.
De klaarhouding hoort daarbij. Houd het racket voor je lichaam, op ongeveer borsthoogte, met de kop boven je pols en allebei je handen aan het racket: je niet-slaghand licht tegen de hartlijn. Vanuit die positie hoef je bij een snelle bal alleen nog naar links of rechts te kantelen in plaats van een hele arm op te tillen. Laat je het racket tussen de slagen door langs je lichaam zakken, dan ben je bij het net structureel te laat — hoe goed je greep verder ook is.
Dikte, grip en overgrips
Een greep die op papier klopt maar op een verkeerd handvat zit, voelt nog steeds niet goed. Padelrackets worden bewust geleverd met een vrij dun basisgrip, zodat je de dikte zelf kunt opbouwen. Heb je grote handen of glijdt je hand weg, dan wikkel je er een of twee overgrips overheen, tot je vingertoppen je handpalm net niet meer raken en je hand ontspannen kan sluiten. Zweethanden vragen eerder om een droge, absorberende overgrip; wie juist houvast mist, komt verder met een kleverige.
Overgrips zijn verbruiksmateriaal. Zodra de bovenkant glad aanvoelt of er donkere plekken in komen, is hij op — en het eerste wat je dan onbewust doet is harder knijpen, met alle spanning in je arm van dien. Bij wekelijks spelen is elke paar weken vervangen normaal. Wat grips en overgrips per shop kosten zie je in de categorie padelaccessoires, zodat je er meteen een paar in voorraad hebt liggen.
Veelgemaakte fouten
- Te vaak van greep wisselen. Als beginner is dit de grootste tijdverspiller: forehand met de ene greep, backhand met de andere, en bij het net kom je steeds te laat. Blijf een paar maanden consequent op continental zitten voordat je gaat verfijnen.
- De hand te hoog op het handvat. Je grijpt dan richting de hartlijn en verliest bereik en kracht op lage ballen. De onderkant van je hand hoort ongeveer gelijk te liggen met het uiteinde van het handvat.
- De hand te laag. Half van het handvat af hangen geeft geen extra bereik, alleen een racket dat bij de eerste stevige bal in je hand draait.
- De duim gestrekt langs het grip. Je duim hoort om het handvat te liggen, niet als steuntje op de achterkant. Gestrekt blokkeert hij je pols en zet hij het blad ongemerkt open op de volley.
- De greep pas bijstellen tijdens de slag. Corrigeer tussen de punten door, niet terwijl de bal onderweg is. Een greep die je nog moet redden, klopte al niet toen je klaarstond.
Veelgestelde vragen
Is de continental grip ook geschikt voor beginners?
Ja, juist voor beginners. De continental grip voelt de eerste potjes onwennig omdat je forehand er minder vanzelf van vliegt, maar het is de enige greep waarmee volley, bandeja, opslag en ballen van het glas allemaal met dezelfde hand werken. Wie er meteen mee begint, hoeft later niets af te leren.
Moet je in padel van greep wisselen tussen forehand en backhand?
Voor de meeste spelers niet. Anders dan in tennis blijf je in padel bij dezelfde continental grip voor forehand en backhand: de slagen zijn korter, de bal komt vaak laag van het glas en er is simpelweg geen tijd om te wisselen. Gevorderde spelers draaien hun hand soms een fractie voor een specifieke slag, maar dat is een verfijning, geen uitgangspunt.
Hoe dik moet het grip van een padelracket zijn?
Zo dik dat je vingertoppen je handpalm net niet raken en je hand ontspannen om het handvat sluit. Voelt het handvat te smal, dan ga je knijpen om controle te houden; is het te dik, dan kun je het blad niet vrij laten bewegen. Je bouwt dikte op met een of twee overgrips over het originele basisgrip.
Wat doe je tegen zweethanden op de baan?
Kies een droge, absorberende overgrip in plaats van een kleverige, neem een tweede overgrip mee zodat je halverwege kunt wisselen, en droog je hand tussen de punten af aan een handdoek. Sommige spelers gebruiken daarnaast wat grip-poeder of magnesium. Zodra de grip glad aanvoelt is hij op, hoe kort je hem ook gebruikt hebt.
Hoe weet ik of ik het racket goed vasthoud?
Doe de V-controle: de V tussen je duim en wijsvinger ligt boven op het handvat, in lijn met de bovenrand van het blad. Houd het racket dan losjes voor je uit, dan staat het blad vanzelf verticaal, alsof je een hamer vasthoudt. Ligt de V opzij weggedraaid, dan zit je op een forehand-greep en zul je op de volley het blad te ver open hebben.